Om te huilen

In mijn mailberichten komt een gedicht voorbij van Mischa de Vreede uit : Met huid en hand. Ik blijf bij de volgende strofe hangen: ‘…ik ben vergeten om de herfst te huilen…’ Ik rol bijkans van de bank van genot. Wat prachtig dat je dit kunt bedenken. Als ik het deel met mijn huisgenoten, kijken ze elkaar aan. Nou ja zeg. Waar slaat dát nou weer op. Ze hebben er niks mee. Interessant eigenlijk, dat smaken zo kunnen verschillen. Dat hoeft niet onderzocht te worden. Het is.

Ik bubbel er nog even op los. Ik ben vergeten om de herfst te huilen. Het is een soort van dans wat het in mijn brein teweegbrengt. Geen helemaal-uit-je-dak-gaan-bewegingen, maar toch heel aangenaam uit mijn bol. Een rustige cadans sijpelt als een lieflijk beekje door mijn grijze hersencellen. De afgelopen herfst huilen brengt wellicht vreugdetranen met zich mee. Een warme herfst zonder woeste stormen. Weinig hemelwater viel de aarde ten deel. We aanschouwden het palet van natuurlijke kleurveranderingen tijdens autoritten en boswandelingen. Hoe vaak zijn we er deelgenoot van geweest en elke keer is het weer verrassend.

Zal de smaak van vreugdetranen anders zijn dan die van diep verdriet? Die vraag laat me niet meer los. Mijn huisgenoten wijzen naar hun voorhoofd. Dat ik binnenkort een merkje in mijn kleding heb, zal ze niets verbazen. Zo’n spinsel grenst aan gekte. Denken ze. Wat een mazzeltje voor mij dat we een meeëter aan tafel hebben, die weet dat mijn gedachten helemaal niet gek zijn. Sterker nog, met een paar snelle tikken op haar mobiel laat ze zien dat hier onderzoek naar is geweest. Bijgevoegde foto’s laten zien dat de substantie van vreugde- en droeftranen geheel verschillend is. Tranen die opborrelen door woede laten onder een microscoop weer een heel ander beeld zien.

En dus denk ik dat tranen van ontroering een andere smaak hebben dan die uit de traanbuisjes springen bij het snijden van uien. Zal het zoutgehalte van elkaar verschillen? Ze komen allen door hetzelfde traanbuisje, maar hun bron is telkens een andere.  Tja, wat heb je er verder aan. Daar moet ik het antwoord op schuldig blijven. Gelukkig hebben we de foto’s nog.

Advertisements

Code Gifgroen

Meters honende berichten over het beleid van de NS. Er is nog geen vlok gevallen en wat een paniek zeg. Code geel. Be-lach-e-lijk! Minder treinen. Pfff, nee dan Rusland. iedereen kent het filmpje waarin de trein, niet eens te zien door de hoeveelheid sneeuw, door de witte poedersneeuw heen jakkert of het niks is. Zijn ze bij de NS het spoor bijster?

Laatst belt dochterlief ‘Mam, weet je wat ik hier zo’n beetje het ergste mis? Het vervoer in Nederland.’ Ik lach vals. Is er vertraging? Dan is er niemand zo uit haar hum dan zij. En betreft de vertraging na een botsing met een persoon, zoals dat tegenwoordig genoemd wordt in de trein, dan kunnen de kinderen dromen wat mijn reactie is. ‘Jullie slapen vanavond tenminste in jullie eigen bed. Denk je eens in wat een wanhoop er in die persoon gewoed zal hebben. En dan hebben we het nog niet eens over geliefden die achterblijven. Over de machinist nog maar te zwijgen.’ Dan kun je er gif op in nemen dat ik hoor: Jahaaaa mam. Dat weten we nou wel. Verdere discussie blijft uit. We geven geen strobreed toe. Het leven in zo’n standaard gezin is zo doorzichtig.

Nee, dan in Mexico. Er komt gewoon geen vervoer. En na drie kwartier is het goed je plannen om te buigen. Want er komt waarschijnlijk geen vervoer meer. ‘In Nederland hóór je tenminste wat er is, hoe lang de vertraging is en wat je te doen staat.’ Hoe fijn dat is weet je pas als je een tijdje elders op deze aardkloot verblijft. Zo vanzelfsprekende voor ons, dat je het niet eens waardeert.

Zo mist ze ook de typisch Nederlandse lekkere dingen. Speculaasjes, drop, hagelslag en zure matjes. Dit laatste zou ik zelf nooit bedacht hebben als typisch Nederlandsch. In de jaren negentig typeerde een bepaalde haardracht dat je een matje was. En was het matje verontwaardigd, dan was je een zuur matje. Dochterlief bedoelt natuurlijk die lekkere rode, vol e-nummers zittende zure matjes, ook weer van Haribo. In de eerste instantie is het even zoet door het laagje suiker. Maar in een fractie van een seconde voel je je gezicht verfrommelen door de zuurgraad. Als je ouder wordt, krijg je steeds meer vel en is er dus een heel oppervlak te bewerken. Dat vind ik zo wonderlijk. Dat je steeds meer vel krijgt. En dat iedereen dat heeft. Niemand vraagt het voor zijn verjaardag, van Sinterklaas of voor onder de boom. Hoe meer rimpels, hoe plooibaarder? In de letterlijke zin van het woord zou je het denken. Maar aan de mensen op leeftijd die honend over smoelenboek trekken, zou je dat niet zeggen. De zuurgraad van Neerlands 50+ is hoog. Van nul naar honderd spoorslags code gifgroen.

Hypo

Ik loop achter op schema. Als er een mobiel afgaat in de buurtsuper, en dat is toch helemaal zo raar niet anno nu, denk ik als vanzelf: wie doet er hier zo belangrijk? Het duurt enkele seconden voor ik in de gaten heb dat het mijn eigen mobiel is. Ik kan het nog steeds niet zo goed handelen ( a=e)  ergens anders dan thuis te worden gebeld. Ik heb mijn volle verstand nodig bij hetgeen ik aan het doen ben. Nu dus  boodschappen. Multitasken is niet voor mij weggelegd. Ik zit met het hoofd tussen de bananen van Haribo, waar twee zakken in deze hamsterweken voor de prijs van één weg mogen. Of de tweede zak voor de helft van de prijs. Daar wil ik af wezen. Is deze uitdrukking wel goed Nederlands of enkel Noorderlands? (met dank aan Ton: het is vanaf wezen)

Dat zeg ik, ik kan maar één ding tegelijk. Ik noem mijn naam met een zo gesmoord mogelijke stem, overvallen door schaamte. Een meneer in pak aan de andere kant van de lijn. Om een afspraak te maken over onze hypotheek. Of de duvel ermee speelt, ik heb de kalender in de tas om een afspraak bij de fietsboer te maken. Dat geeft mij op de een of andere manier niet de luxe om te zeggen dat ik dit thuis pas kan nagaan. Mandje op de grond, kalender uitgeklapt ernaast, de tas ook ergens naast me. Ik zit gehurkt naast de vriezer, omdat ik nog net de tegenwoordigheid van geest bezit daar zo weinig mogelijk mensen tot last te zijn.

Wij zijn van die mensen, of althans dat denken we omdat we er geen verstand van hebben, met een ooit fout gekozen hypotheek. Al die praatprogramma’s als Radar en Kassa laten mensen zien die na dertig jaar er nog tot de nek toe inzitten. Geen idee of dat op ons slaat, maar we zijn bang van wel. En dus maak ik een afspraak met die man. Met de kop in de kalender, rood van inspanning. Op de knieën, steunend op een elleboog. Kont omhoog. Hypergenant. Dat ik me zó thuis voel bij Appie.

Ik zucht nog eens. Als ik sta kijk ik snel om me heen of ik niet in door een bekende ben gespot. Bij de kassa ben ik direct aan de beurt, dat dan weer wel. Bonus scannen, geen servieszegels (zijn die er nou nog?) en voetbalplaatjes en geen koopzegels. Alleen pinnen en de boel in de tas stouwen. Als ik thuis de boel uitpak kom ik er achter dat die lekkere banaantjes nog in de schappen liggen. Zo’n  ongewoon telefoontje doet kennelijk een aanslag op mijn suikers. Moet ik door factor onvoorzien alsnog later die bananen halen. Loop ik weer achter op schema.

 

Kleur

Een donkere maandagochtend in januari. Het jaar is amper op gang en we hebben crematietoerisme al achter de rug. We zitten nog midden in het Nashville-gebeuren. De stranden van onze eilanden liggen vol plastic en anderszins materiaal wat ons leven moet verrijken. Nog ettelijke containers liggen op de Noordzeebodem. En dan duurt het nog een volle week eer Blue Monday ons leven in komt zuchten. Hallo zeg!

De regen striemt tegen de ramen. De lamp boven de tafel schijnt fel. De radio laat weten dat de Brexit nog lang geen gelopen race is. Zal het tij in deze nog kunnen keren? Dat die hele Brexit een boze droom is gebleken en we net doen of het niet gebeurd is. Ik vraag dochterlief of er veel gesproken wordt in Mexico over de muur van Trump. To trump, wat overtreffen betekent. Welnee, de dagelijkse gesprekken gaan over hun huidige president Andrés Manuel López Obrador, sinds 2018. Daar hebben ze het meer dan zwaar mee. Er is amper meer benzine te verkrijgen in Mexico stad.

De regenboogvlag hangt in top bij de protestantse kerk. De wind houdt ‘m strak aan de vlaggenmast, waardoor de witte letters Vrede goed te lezen zijn. Deze kerk wil zich met grote graagte afscheiden van de strenggelovigen, waar de meeste mensen die zich christenen noemen zich niet in herkennen. Het geloof in God kent vele gezichten. De regenboog, is dat niet ooit als verbond geduid? Dat wij er allemaal mogen zijn? Inmiddels schijnt het zonnetje vriendelijk door de ramen. De opgedroogde striemen laten zien hoe vuil de ramen zijn. Het geeft een vertroebelde blik naar buiten.

Als ik naar het schuurtje loop om mijn fiets te pakken, ben ik in gedachten. Ik voel mijn mondhoeken bijna over de grond slepen. Ik heb een groot talent in heel chagrijnig kijken. Bovendien valt er niet elke dag iets te lachen. En dan opeens zie ik gele en blauwe puntjes omgeven door groene sprietjes uit de grauwe grond piepen. Het is of ze naar me zwaaien. Mijn hart maakt een sprongetje. Ik voel de zuurgraad uit me trekken. Ik hurk even en aai de sprietjes. Zachtjes mompel ik: ‘Hallo zeg.’

 

Hét woord

Wat voor zin heeft één woord als je er de zin niet van kunt inzien. Het eerste nieuwe woord waar mijn oog op valt op nieuwjaarsdag is crematietoerisme. Crematietoerisme?? Het moet me toch niet gekker worden. Verstrooiing alom, zeg maar. Watskeburt? Er zijn drie urnen aan de Nederlandse kust gespoeld. Hun oorsprong ligt in Duitsland.

Omdat het uitstrooien van as in bijna alle Duitse staten verboden is, komen onze oosterburen het stoffelijk overschot van hun geliefden over Neerlandsch akkers uitstrooien. Wil men de overblijfselen toch liever in der Heimat laten rusten, dan mag dit alleen met een speciale biologisch afbreekbare zee-urn. In Duitsland is alleen een asbijzetting op zee mogelijk. En daar hangt een prijskaartje aan. Zo ontstaat er bij ons het zogeheten crematietoerisme. Je moet er maar opkomen.  Als vanzelf moet ik denken aan onze zuiderburen. De achterblijvers krijgen het as van de overledene meteen mee na de crematie. Als het stof tot nadenken daarover en het voor ons ongebruikelijk-en-dus-raarvinden enigszins is gezakt, rijst de vraag: Wat is eigenlijk de reden dat we hier in Nederland de urn pas na weken mogen ophalen? Als je er wat langer over nadenkt, is dit feit eigenlijk veel vreemder.

Afgelopen dagen lezen we dat honderden Nederlandse orthodox-protestantse predikanten de zogeheten Nashville-verklaring hebben ondertekend, waarin gemeld dat er voor homoseksualiteit en transgenderisme geen ruimte is in het Bijbelse Woord. Dat is de mening van een kleine club fundamentalisten, zeg maar. Van der Staaij heeft getekend. Hij is er al op aangesproken dat hij, door deze actie negeert dat er homoseksuelen en transgenders bestaan. Type van kaft tot kaft. Ik vind hem er altijd zo aardig uitzien. Typisch dat er binnen andere geloofsgemeenschappen voor de zogeheten lhbti-groep juist een ruim hart geldt. Het is maar hoe je hét Woord interpreteert. Er bestaan meerdere waarheden naast elkaar. Dat predikt de Bijbel zelf ook. Een tekst is altijd voor meerdere uitleg mogelijk. Ik hoor de fundamentalisten over mijn schouder zuchten: Kijk. Wat daar gepredikt wordt, is nou typisch het werk van de duivel. 

Het OM gaat nu kijken of met het tekenen van de Nashville-verklaring geen sprake is van een strafbaar feit. En zo zwartepieten we nog wat voort. Seks met dieren is trouwens ook bij wet verboden. We zien er in grote getale de zin  niet van in. Zelden waren er meer mierenneukers dan vandaag de dag. # miertoo

 

Terugblik

De oliebollen nog op tafel. Heerlijk om bolletjesslikkend het nieuwe jaar in te gaan. De Vegtersrolletjes met de inhoud van 2018 zijn al op. Ze smaakten zoet door het slagroom. Een terugblik op 2018 brengt me, waarschijnlijk net als veel betrokkenen, als eerste 19 september. De hele dag verliep soepeltjes met ‘s avonds een gezellig afscheid van een collega. Maar om 11 elf uur ‘s avonds kwam ‘de klap’ een uur hiervoor tot leven op social media. Twee jonge mannen lieten het leven bij het vreselijke ongeluk in de Lonerstraat. Ik krijg weer kippenvel. Het is vanaf dat moment geen dag meer uit mijn lijf geweest. Hoe moeten al die betrokken ouders en families verder. Vooral dit krijg ik maar niet uit mijn systeem.

Dat ongeval wat natuurlijk nooit had moeten gebeuren. Ach, al die ouders. En de ouders van de bestuurder. Ik zou de bestuurder nooit op straat herkennen, maar geen dag is hij uit mijn gedachten. Had het net zo goed mijn zoon kunnen overkomen? Is het groepsdruk geweest wat in deze leeftijd een grote rol speelt? Hebben de meerijders een soort van feestje van : Kom op man, slome sjakie. Harder! Haal ‘m in. Gewoon een inschattingsfout vanwege te weinig ervaring? Weet ik veel wat ‘m overmoedig heeft gemaakt. Ik ben er niet bij geweest. Nu we in de krant hebben gelezen dat er alcohol in het spel was, kan ik nog steeds niet anders denken dan: ‘Kind oh kind. Hoe moet jij in de vrede verder.’ Voor hem een leven van voor 19- en na 19 september. Voor hem en net zo goed voor zijn ouders. Vroeger zou ik voor ze bidden, maar da’s voor mij geen optie meer. En ook geen idee of het wel wat oplevert. Toch hoop ik van ganser harte dat er mensen zijn die het wel doen. Vooral nu het ‘nooit meer’ voor de betrokkenen de ware betekenis heeft gekregen.

Een lachsalvo klinkt hier thuis uit de kamer waar ze in december samenzijn. De één zal er meer last van hebben dan de ander in hun dagelijkse leven. Maar een zorgeloosheid die normaliter nog hoort bij die leeftijd van zo tegen de twintig, heeft een zwart randje. De zwaargewonde jongen komt hier inmiddels weer over de vloer, tussen de jongeren.  En lacht weer hard mee. Het herstel gaat hem echter niet snel genoeg. Zijn concentratie is nog belabberd en hij is bij het minste of geringste moe. Ik knik een beetje empathisch. Ik ben alleen maar blij dat deze jongen, kind aan huis bij ons, nog leeft. En direct voel ik me schuldig. Want er zijn ouders die dit geluk niet ten deel valt. Mag ik dit wel denken. Laat staan opschrijven? Als zij vanavond briesend bij ons voor de deur staan voor deze ‘uit de kast’-gedachte, geef ze dan eens ongelijk? Sommige gevoelens leiden nou eenmaal hun eigen leven…