Boerenromantiek

Al weken gonst het op NPO1. Boer zoekt vrouw is in aantocht. Yvonne trekt het land weer door om het boerenleven te bezoeken waar nog plek is voor de liefde. Er is een boer die laat weten: Ach, ik dacht, die liefde komt vanzelf een keer langs. En dan ben je zomaar jaren verder en is er behalve de liefde voor mijn dieren niks bijgekomen. Ik kan me het zo helemaal voorstellen. Het leven op de boerderij ziet er voor mij als leek uit als een grote romantische hoeve. Waar de zon altijd schijnt en kindjes spelend in overall ruimte zat geboden wordt. Maar die rooskleurigheid heeft natuurlijk ook een heel andere kant. Je werkt je het schompes. De dagen beginnen op een godsonmogelijk tijdstip. Dag na dag. Je schuift bij je ouders aan en de jaren glippen je door de vingers. Dan nu de tien boeren, waar iedereen naar mag schrijven.

Zo begint Yvonne bij boer Robert in Overijssel. Een vlotte 39 jarige kaalgeschoren boer, die er nog een baan naast heeft om zijn hypotheek op te hoesten. Hij heeft prachtig blonde temperamentvolle koeien die blij in de wei lopen. In een hoek van zijn grote schuur heeft hij een hok met schattige konijntjes. En daarnaast een hok waar de kuikentjes over elkaar heen dollen. Het zal me niet verbazen dat hij binnenkort iemand van de Dierenbescherming op de stoep heeft staan. Het mag er dan schattig uit zien, ze hebben geen leefruimte. Wat me vooral aan hem opvalt zijn zijn spock-oren. Er zitten aan de bovenkant puntjes aan. Als je dit beeld goed in je opneemt, zie je er met groots gemak donsveertjes op groeien. Kijk, heb je meteen scherp waar die kuikentjes voor dienen. Het is een geinponem, deze boer Robert, die wel laat weten dat, als de humor voorbij is en een leuke vrouw aan zijn zijde staat, ze zijn emotionele kant al vlot zal leren kennen.

Dan is boer Rob met zijn blond kuifje op zijn 49-jarige hoofd aan de beurt. Boer Rob doet het in het donker. Hij kweekt with love in Noord Hollan witlof. Met een klein lampje laat hij de oogst aan Yvonne zien. De duisternis is namelijk nodig voor de witte kleur. Als Yvonne met hem in de grote schuur staat om met liefde jonge plantjes te poten komt zijn grootste liefde de schuur in rennen: zijn zoon Olivier. Hij rent zijn vader zo in de armen. Up gestemd met Down. Rob houdt het niet droog als hij vertelt dat hij zijn zoon van de verdrinkingsdood heeft gered. Echt een heldendaad met een hoog kippenvelgehalte. Olivier, vraag me niet waarom, maar wat je uitspreekt op z’n Frans woont vier dagen van de week bij mams en de rest bij hem.

In Utrecht woont boer Gerben. Op het eerste oog een stoere vent. Hij boert op een gemengd bedrijf en begint elke dag om 6 uur om samen met zijn moeder geiten te melken. Hadden we in een van de voorgaande jaren ook niet een boer die het met geiten deed en, (hierdoor?) niet uitblinkt in socialiggeit. Hij kan Yvonne niet aankijken, zo verlegen is hij. Alleen al daarom is het ongemakkelijk om naar te kijken. Met z’n 30 jaren woont hij nog bij zijn ouders. De vrouwen die schrijven moeten zeker door een blok bloednervositeit heen kunnen prikken. Ik hoop dat hij een stuk of drie brieven krijgt en dat die vrouw hem onder de bezielende en wellicht verstikkende vleugeltjes van moeders uit durft te trekken om samen een avontuur aan te gaan. Het avontuur wat al begint buiten het boerenerf.

Dan komt boerin Hilda die samen met haar vader paarden in de duinen laat grazen. Deze 34-jarige boerin woont op Terschelling en is onzeker en bescheiden. Ze heeft 50 paarden en rijdt in het seizoen met toeristen. Omdat ze denkt dat ze toch niets waard is, flirt ze niet tijdens zo’n rit. En voor je het weet zijn de vakanties om en woont ze weer in haar appartementje op Terschelling. Omdat het niet duidelijk wordt of Hilda naar een man of een vrouw zoekt, voel ik me wel geroepen te schrijven. Manlief zegt vals tegen me, dat het me alleen maar te doen is om op Terschelling te wonen. En dat klopt. Want dat zij nergens anders wil wonen dan op het mooie Waddeneiland is wel duidelijk. Bovendien, wat is er mis met een verstandshuwelijk. Je zou ze de kost moeten geven. Oh ja, en in het verleden heeft Hilda skilessen gegeven. Om maar even te laten weten dat ze heus wel weet dat er een boot naar het vasteland gaat.

De kers op de taart wordt voor Rob, deze is 51 en woont in Gelderland, een vrouw die zijn leven compleet maakt. Hij heeft een dochter van 12 jaar. De kersenteler flirt wel, maar kent geen grenzen. Hij schrijft liedjes en vindt ze zelf ook zo goed, dat een eerste date niet weggaat zonder een lied van hem ten gehore te brengen. Ook Yvonne moet er aan geloven, maar zeker weten dat ze hierom heeft gezeurd. Dit levert namelijk prachtig beeldmateriaal op. Heel ongemakkelijk! Je snapt meteen waarom het meestal bij één date blijft. Rob getuigt wel enig zelfkennis: Misschien wil ik wel te graag. Daar ben ik ook bang voor. Maar hij houdt voor de hobby en oké, ook voor de centjes, paarden.

Yvonne begeeft zich in haar eigen Brabant en komt bij de 69-jarige boer Hans op de paardenboerderij. Hij fokt ermee. Hans is twintig jaar geleden weduwnaar geworden. Zijn kinderen waren tieners en zaten midden in de puberteit. Zijn drie dochters schuiven aan, leuke vlotte meiden overigens, en gunnen pa een nieuwe liefde. Alleen is toch ook maar alleen. Boer Hans heeft genoeg body om een rijpere vrouw een mooie toekomst te geven.

Janine van 31 woont in Zuid Limburg. Een mooie meid, die het met schapen doet. Ze is planner van verscheidene kuddes van in totaal 3000 schapen. Yvonne loopt graag met de boerin mee in de rol van schaapherder. Tuurlijk, prachtig weer. Romantiek alom. Daarnaast heeft ze een winkel met schapenprodukten bij de camping die ze met haar ouders runt. Wat zal het leuk zijn als er een man schrijft, die haar appartement en passie met haar wil delen. Vooral ook, om meteen wat aandacht van haar te krijgen. Haar dagen zijn namelijk goed gevuld. Afijn, ze is planner van beroep, dus wie weet valt hiermee nog wat te behalen. Vanwege haar mooie verschijning verwacht ik dat de eerste brieven al wel bij BZV op de mat liggen.

Oes Drentse Evert is 58 jaar en runt een melkveebedrijf met zijn broer Koop. Deze is dunkt me ook nog te koop. Twee grote schuren vol. Onlangs zijn hun ouders overleden. Hij is bescheiden. De uitspraak dat hij dacht dat de liefde zomaar wel zou komen is Evert. Geen gekke vent om te zien en ook makkelijk in de babbel. Hij kijkt nu altijd naar deze dames, maar zou toch ook graag eens een echte vrouw in zijn armen willen. Wat hij zich erbij voorstelt is, dat als zo’n vrouw lacht, zijn dag al weer goed zou zijn. Een boerenhand is gauw gevuld. Hoog gun-gehalte.

Yvonne wipt weer aan in Brabant, en nu bij 46-jarige boer Joost. Mooie vent, mooi en groot bedrijf in kamerplanten. Hij regeert zijn personeel met strakke hand. De lat ligt hoog in het bedrijf. Alles strak in het gelid. Maar mijn hemel, dan schuift Yvonne bij hem aan op de bank. Hier ligt niet eens een lat. Er staat een tv en een bank tegenover. Dat het er niet uit ziet, zal hem een worst wezen. Dus een vrouw met gevoel voor het interieur, kan haar lol wel op. Wie de echte Joost nu werkelijk is, Joost mag het weten. Wij gaan het beleven.

En de laatste van de tien boeren is Jouke uit Fryslân. Deze 31-jarige boer is een gezelligheidsdier op een melkhouderij. Vanaf zijn 20-ste runt hij de boerderij, omdat zijn vader een herseninfarct kreeg. Dus veel tijd om de liefde te zoeken, is er niet. Hoewel hij met een leuke vriendenkring op een roeiclub zit. Verder lijkt deze Jouke een van de minst complexe boeren. Hij is niet te verlegen of wat dan ook. Ik schat in dat deze jonge boer ook veel brieven gaat krijgen.

In januari laat mama Yvonne zien welke vijf boeren de meeste brieven hebben gekregen en dus door gaan. Wat je zegt, het gaat helemaal nergens over. Daarom is het te leuk om op het werk weer een bzv-poule op te zetten. Maar eerst geduld. Of een brief schrijven.

Bart

Inmiddels weet ik al 24 uur dat Bart niet meer onder ons is. Bart behoort niet tot mijn inner circle. Wel volg ik alles wat hij op Smoelenboek zet. Zijn enthousiasme in zijn laatste post van Folly Art Norg als theaterbeest. Was dit afgelopen zondag of zaterdag? En met zijn blije kop op 13 augustus, zin in een toffe klus. Want mensen vervelen hem nooit. Zo helemaal met z’n poten midden in de klei. De levenslust spat er van af. En dan hand in hand met een vriend die laat weten: rust zacht, Bart… Ik schrik me helemaal kapot. En chat even met Egbert, of het eigenlijk wel klopt. Want het klopt gewoon helemaal niet. Sterker nog: ik ben het er zo niet mee eens!

Ik ben op mijn werk en tussen de bedrijven door kom ik er achter dat het gewoon klopt. Het is te groot voor mijn hoofd en ga eerst maar eens even plassen om de boel te laten bezinken. Omdat dit na deze 24 uur nog niet gelukt is, dat bezinken, kan ik niet anders dan een Assertiefje schrijven. Eens kijken of de dood van Bart wat wil indalen. Ik ken Bart sinds 1989. We waren beide leerling op de gesloten opnameafdeling van, toe nog, Licht en Kracht. We wilden psychiatrisch verpleegkundige worden. Ik kan hem nog uittekenen, hij liep in die tijd altijd in spijkerbroek met een grote trui. Ik hield van zijn kledingstijl. We kwamen elkaar nog wel eens tegen hier in Oost en dat was altijd aangenaam.

De laatste keer was in de rij bij de Appie. Hoe het ging met Splinter en de Winter, en theater. De stap die hij graag zette, want zeg Bart en je zegt theater. Maar ook wel met enige twijfel, want gaat het lukken zonder het vaste inkomen van de VNN? Deze stap moest hij toen nog zetten, een paar jaar geleden. Op dat moment wees hij mij op het gebruik van Facebook. Want als ik wil dat meer mensen mijn Assertiefjes lezen, is Smoelenboek een mooi medium, aldus Bart. Diezelfde week slinger ik mijn eerste Assertiefje de ether in. Ik ben hem er tot op de dag van vandaag dankbaar voor. Ook is hij eens bij ons thuis geweest om te kijken of we een onbekend muziekgezelschap een podium konden geven. ‘Mooi zo, ik dacht van tevoren al wel dat het kon.’

En dan de avonden in zijn studio met bijzondere optredens. Met muziek, klanken, gesproken- en gezongen taal. En gezellige pauzes op z’n tijd. Zijn volle 100% inbreng bij het Zingevingsfestival. Voor al die mooie gasten waar deze dag dikwijls het enige uitje per jaar is. Een festival vol belofte, die het weet waar te maken.

Bart. Nog een aantal keren ben ik afgelopen twintig uur op je site geweest. Omdat ik wil dat het doodsbericht er af is gehaald. Omdat het niet waar is. Een oké laten we wel wezen: een heeeel erg flauwe theatergrap, maar toch niet waar. Een mens zoals hij kan toch nog helemaal niet gemist worden. Veel te jong. Veel te mooi. Maar één ding is zeker: hij heeft zijn leven ten volle geleefd. Omdat het vooral om de inhoud moet gaan. Maar voor de rest blijf ik het gevoel hebben het er zo ongeloveloos niet mee eens te zijn. Het bericht mag dan kloppen, toch klopt het niet!

Zennnn

De viervoetige grijze logé uit Beilen is hier weer over de vloer. Luther heet hij, maar ik kort het af tot Luutje. Luther bekt niet lekker. Dat komt misschien ook dat ik de Hervormer associeer met die 95 stellingen. Bovendien is Luther niet goedgezind ten opzichte van Joden en, zo ik me herinner, ook van vrouwen. Luutje luistert vooral goed als je met brokjes rammelt.

Nu zijn er een paar dingetjes veranderd in vergelijking met vorig jaar. Luut heeft een beetje wenkbrauwen gekregen. Omdat Luther een blauwe Rus is, vind ik Breznjev passender. Intussen mag Luutje ook naar buiten. Het begin van deze onderneming was nogal stressvol voor mij. Hij klom meteen op de schutting en snuffelde bij buuf in haar tuin. Zij heeft een tuinhuisje. In no time stond hij op de nok te mekkeren. Ik had meteen zijn vrouwtje laten weten wat haar schatje allemaal deed. Ik was doodsbenauwd dat hij weg zou lopen. Afijn, vanaf haar vakantieadres liet ze weten dat Luther wel weer komt als hij honger krijgt. Gewoon even rammelen met zijn brokjes of snoepjes. Zij zat al duidelijk in haar vakantiemodus. Goddank, ze kreeg gelijk.

De deuren mogen dus weer hele dagen open. Luutje vindt het allemaal mooi. Wat ook geheel nieuw is is, (ik weet niet helemaal of die komma wel goed staat of dat er een extra komma tussen de isis moet) dat hij op schoot komt. Normaalgesproken komt hij naast je liggen en komt dan tegen je aan liggen. Maar nu dus op schoot. Languit. Hij gebruikt hier zijn nagels ook bij. Het is maar goed dat ik met mijn doorkraste buikvel niet in bikini over de camping hoef. Ik denk dat campinggasten me naar Veilig Thuis zouden doorverwijzen. Of vragen of ik er over wil praten. Als je mijn buik ziet, zou je zweren dat ik in een vorig leven een zebra ben geweest. Of dat ik in een fase van diep ongeluk mezelf heb gekrast. De rompslomp krijgt geen aandacht. Poes probeert het wel hoor, met ingetrokken nageltjes, maar het is kennelijk toch lekkerder mijn zachte bollingen lieflijk in te snijden. En dan is er nog iets. Luther is een merkkat. Dat weet je, omdat zo’n kat heel veel miauwt. En bij het uiten van zoveel tekst, komt zijn keelgeurtje mij ook toe als hij lieflijk zijn prachtige kop op mijn schouder legt. Tijdens het vertellen zoekt hij oogcontact. Het is niet mooi te zeggen, maar hij meurt een beetje. Ietwat. Beetje boel. Nou doe ik dat ook wel op z’n tijd en dan zegt manlief dat ik even iets moet eten of wat moet drinken. Maar om zo’n kat nou midden in zijn verhaal te corrigeren, is ook weer zo wat. Stel, hij raakt van z’n á propos en begint het hele verhaal weer van voren af aan.

Over kattenvoeding gesproken, er is een hele plank in de Appie gewijd aan kattenvoer met toebehoren. Je let er niet op, maar nu natuurlijk wel. Zo’n beestje moet het toch tijdens zijn logeerpartijtje minstens zo goed hebben als thuis. Inmiddels hebben wij ook kattenmelk in de koelkast, wat je moet aanlengen met drieënkwart melk ten opzichte van wat hij krijgt. Wat dacht je wat, zo’n logeerkat is geen sinecure. Het baasje heeft een papier met 95 gebruiksaanwijzingen achtergelaten. Anders krijgt Breznjev buikkrampjes in combinatie met diarree. Dat doen we goed, want hij mag dan uit zijn bekje meuren, zijn keuteltjes zijn bijna reukloos. Ook hebben we catsticks van Vitakraft, waar zalm in zit. Aan de achterkant van de verpakking staat procentsgewijs wat er inzit aan proteïne, vocht, ruwe vezel (2%) en ruwe as. Nu vind ik dit laatste niet lekker klinken. Is het as van sigaretten, of wordt dit door het crematorium geschonken? Als ik de roze verpakking van de kast pak, staat Luutje al luidkeels te spinnen bij zijn eethoekje. Ook mag hij inmiddels een beetje rauw vlees, wat in kleine stukjes moet worden gesneden. Verder vreet hij dode gevleugelde kadavers van de vensterbank.

Kortom, wij gaan Luthers missen als hij weer naar Beilen moet. Je gaat je hechten aan zo’n beestje. Hoe heerlijk is het om tijdens lezen, tv kijken of niks doen zo’n zacht kattenvachtje eindeloos te aaien. Er gaat beslist een therapeutische werking van uit. Nu ben ik van mezelf al vrij goed in niks doen, maar het Zen-gehalte komt op een A+++ level. Dan hoef ik de dag niet eens te beginnen met het dansje om mijn zilverwitte aura aan de gang te krijgen. Manlief krijgt wel eens een aai over de bol, maar dat heeft niet hetzelfde effect. Ik maak van Roelof een kattenkop. Maar wel zonder snor. Dat dan weer wel.

Bikinilijnenspel

De vakantie ligt al weer een poosje achter ons. Die heerlijke vakantie in Oostenrijk en Italië, waarin de zon onze lome dagen begeleidt. Van die dagen, waar je hoopt op een wolk vanwege de verzengende hitte. Of uit pure oververhitting een duik in het zwembad neemt. Ik laat me nat spetteren door de golven van de zee, of zwem wat door de meren die aan de voet van de campings liggen. Met het nodige leesvoer, onder andere de Zevende zus, dompel ik me onder in liefdes, omarm ik mensen die ik nooit in levende lijve heb ontmoet en voel ik mee met ongemakkelijke familievetes. Kortom: leven als een god in Frankrijk. La dolce vita! Ofwel: het leven is een feest.

We zijn voor het seizoen aan, dus jonge mensen met kinderen en de grijze golf bevolken de campings. Ik kijk eindeloos naar het kleine meisje met haar blauwwit gestreepte jurkje die met haar moeder een strandbal overgooit. Ze probeert het lichtgewicht speelgoedje onder haar arm te houden. Dat kan ze best, zo hoor ik haar denken. Haar pop onderin de kinderwagen van haar broertje is nog zwaarder. Echter, wat een ontdekking in haar jonge leventje, haar armpjes zijn net te kort om onder een okseltje te kunnen klemmen. Ze raakt er een beetje gefrustreerd van, niet in de laatste plaats omdat haar moeder die blijkleurige bal steeds een enorme mep geeft. Haar blote voetjes rennen over de kiezels, om elke keer weer een eind terug te lopen met die grote bal voor haar gezichtsveld. Mama neemt steeds van de gelegenheid gebruik om even met papa praten. Lekker dan. En dat kind maar rennen. Natte zwarte krulstaartjes zwiepen langs haar wangen. Ze ziet er schattig uit. ‘Mama!’ Verdomd als het niet waar is, kinderen over de hele wereld lijken hetzelfde dwingende stemmetje in hun mamaroep te leggen. Kunnen ze er nog zo lieflijk uitzien!

Ik geef mijn ogen goed de kost wat betreft de badmode. In Italië lopen veel rijpe meisjes over het strand en de camping met een bikini. Heb ik tot dan nog gedacht dat het broekje wat hoger moet om de buikpartij iets te verhullen, in Italië malen ze er niet om. Dat biedt perspectief voor een volgend exemplaar, die hierdoor veel goedkoper kan. In mijn bikinitwijfel voor de uiteindelijke koop in juni j.l. liet iemand in mijn directe omgeving weten zich een tanquini op internet te hebben aangeschaft. Nu moet je weten dat ik in het rijke bezit ben van een tan Miny, dat is Gronings. En ook lang heb mogen genieten van tan Dinie. En dan ook nog een tanquini, leek me teveel van het goeie. Bovendien, zo bedacht ik, gaat dat natte stof, wat over je buik valt bij dit kledingbadmode, ook aan je buikvel kleven. Dit onthult dus in principe ook niks. Bij elke stap zie je het heus ook wel drillen, met je diepe navel in het midden. Dan zien we een mevrouw in tanquini op een sup roeien. Dat doet ze goed en soepel, niks op aan te merken verder. Denk je. Maar haar bovenbedekking valt over haar broekje, waardoor manlief en ik fantaseren of ze er eigenlijk wel een broekje onder draagt. Dat zeg ik, dit leidt tot fantasieën. Helemaal als de man die altijd naast me ligt vraagt of ik er niet even onderzoek naar kan doen. Maar ik zit nou net zo lekker in mijn boek, dus ik laat het zo. We zijn wat dat betreft net zo doorzichtig als wat. Elke vakantie zeg ik: ‘Wat zou er nou eigenlijk gebeuren als ik mijn bovenstukje even afdoe.’ Naast me klinkt altijd datzelfde dwingend staccato: ‘Niet doen Westra. Je bent er gek genoeg voor. Niemand doet het.’ En, wie immer, grijns ik breeduit. Blijft leuk. (Nee, hij leest dit nooit)

Onze buuf op de camping, minstens zo oud als ik, heeft een bikinitanga. Verhip, zal dit tanga een link hebben met tanquini? Afijn, haar buik mag dan platter zijn dan mijn rompslomp, haar bildril beweegt zich in behoorlijk tempo van links naar rechts. Ik kan mijn ogen er niet van afhouden. Als ik bekomen ben van: geen gezicht, om draaiierig van te worden, probeer ik óm te denken: hoe mooi is dit. Als die dame op die bilpartij gaat zitten, vallen haar oogleden voor haar ogen. Als mijn bikini tot de laatste draad toe versleten is, wat ik de eerste jaren nog niet hoop vanwege de absurd hoge prijs wat ik ervoor heb betaald, ben ik vast de zestig dik gepasseerd. Dan denk ik wel eens weer na. Nu heb ik ooit in een grijs verleden een reetvetertje geprobeerd. Vraag me niet hoe dat anatomisch gezien kan, maar in no time ontsproot zich een pijnlijk trosje aambeien. Ik heb dit nieuw aangeschaft kledingstukje slechts die ene maal gedragen. Het was pijnlijk. Hoe pijnlijk dit aan de ogen is, wil niemand weten.

Nu heb ik nog een pijnlijk dingetje ontdekt op de camping aan mijn nieuwe veelkleurige bekiekmie, terwijl ik een handwasje deed. Aan de binnenkant van het broekje was in de zijnaad een zevental labeltjes genaaid. Denk ik eerst nog, dat dat ook wel mag voor een bedrag hoger dan honderd euries, ik mag het in twintigtermijnen betalen, blijkt dit een denkfout van formaat. De bikini mag namelijk níet in de wasmachine! Het mag nog een wonder heten dat er geen labeltje aanhangt vermeldend, zee- en chloorwater te vermijden. Dit hele bikinigebeuren lijkt een groot spel. Ik ben er maar mooi ingetuind. Of wil ik er, in mijn laatste aardse momenten in opgebaard liggen. Ik zet het als optie weg. Er is zeker geen haast bij. Want ook na de vakantie leef ik als god in Frankrijk. Als het niet erger wordt dan dit kleinbikinileed, hoor je mij niet klagen! En al helemaal niet meer na dit drieluik. Te weinig stof om nóg meer over uit te wijden.

Bikinibelijning

Over sommige dingen raak je niet een-twee-drie uitgepraat. Bikinilijnen is zo’n item wat zich niet in één verhaal laat vangen. Dan heb ik het vooral over de buikpartij buíten de bikini. De rompslomp, zeg maar. Daar heb ik inmiddels best wel wat van bijelkaar gegeten, en ik vind dit momenteel mijn minst mooie gedeelte. Terwijl ik vroeger zo’n dunne wespentaille had, dat alle broeken daar moesten worden ingenomen. Echt heel onhandig. Vooral voor mijn moeder die die broeken onder de naaimachine door moest jassen. In de tijd van die dunne taille had ik wel iets anders. Er werd veelvuldig gevraagd of ze op mijn billen mochten meeliften. Kortom, zo is er altijd wel wat om iemand een complex aan te praten.

Een meedenkende lezer vroeg zich af of een badpak niet wat is. Daar heb je immers ook heel leuke van. Eens! Ik ben er echter zeker van, dat mijn ogen daar zo van uitpuilen. Dat heb ik namelijk ook bij een figuurcorrigerend hemdje. Dan ben ik bijna niet te herkennen met dop-ogen. Bovendien vind ik een bikini gewoon lekkerder zitten. Het maffe is, dat ik mensen die kleding aan hebben waar hun buik onder hun ietwat te korte shirt uitblubbert, echt bewonderingswaardig. Niet dat ik dat mooi vind. Ik ben van mening dat zij zich slecht kleden. Maar zij zijn echt verder in hun proces van zichzelf nemen zoals ze zijn, dan ik dat ben. Ze omarmen zichzelf.

Zo ben ik niet eens heel ontevreden over mijn lijf. Oké, mijn benen zijn stevig. Al als klein kind zei mijn moeder tegen me: ‘Doe hest net zukse bainen as ons ‘Miny,’ waarmee ze vooral doelde op mijn onderbenen. En dat klopt. Toch doen ze altijd waarvoor ik ze heb, namelijk heel veel stappen maken. De billenpartij is dus in mijn pubertijd veelvuldig aan bod gekomen. Let wel, mijn toen nog extreem dunne taille komt in die tijd niet aan bod. Bijvoorbeeld, ik noem maar iets geks, voor een compliment. En in een nog weer later stadium van jongvolwassenheid wijst een collega me er op dat mijn lijf compleet uit balans is. Immers mijn veel te korte benen bij een normaal ogend bovenlijf is immers geen gezicht. Voor het eerst sta ik naakt voor de spiegel mijn lichaam te bekijken. Vooral na haar: ‘Huh?? Heb jij dat echt zelf nog nooit gezien?’ En eerlijk is eerlijk, ze heeft gelijk. Alle opmerkingen zijn overigens door vrouwen gemaakt. Betekent dat, dat vrouwen elkaar een complex aanpraten? Hun eigen complex daarmee overschreeuwend?

Het getob met de bikini geeft een opening naar een nudistenstrand. Nu voel ik me zonder broekje altijd heel onvrij. Ik zit altijd met de knieën wijd uitelkaar. En om mijn moeder zaliger nog even weer aan te halen: ‘Hai, hai, konst ja wel tot Londen aan tou kieken.’ En geloof me, daar wordt niemand blij van als ik me ontdaan heb van stofdeeltjes rond den bips. Omdat ik vrij veel verbeelding heb, ga ik nog even verder. Dat ik dan op mijn blote billen ga zitten en dat daardoor mijn oogleden voor mijn ogen zakken. Een beetje beelddenker heeft ‘m. Maar misschien is het gewoon een kwestie van oefenen. Ik heb nog veel groeimogelijkheden op dit gebied.

Afijn, gisteren onder de scheve blik van de Oldehove in Leeuwarden hangt daar mijn bikini. In het pashokje met gedempt licht doe ik aan stofwisseling. Jaaaa, dit moet ‘m worden. Het zijn heel blije lapjes stof voor, oké, best wel veel geld. Ik ga hier tenminste tien jaar mee doen. Tenminste… als mijn lichaam zich niet in heel creatieve vormen gaat kronkelen. Thuis moet de bikinibelijning nog worden aangepast. Een lieve vriendin geeft goede raad: met ducttape gaat die tochtstrip er ander struweel er razendsnel af. Och jee, hopelijk ben ik nog op tijd om een kapvergunning aan te vragen. Het zonnetje lonkt.

Bikinilijnen

Het zonnetje prijkt aan de wolkenloze hemel. Wat hebben we hier naar verlangd. Ik doe een greep in een mandje ergens in de kledingkast en heb ‘m meteen. De bikini. Qua kleur helemaal uitgebeten door het chloor, het zilte zeewater en de vele uren zonne-uren. Wat nog wel helemaal in tact is, zijn de maten aan de binnenkant op het labeltje. Het broekje en bovenstukje zijn verschillend. Dat is in de loop der jaren zomaar ontstaan. Je doet er niet meteen je best voor, maar het lijf is zonder dat je er op verdacht was, alle kanten op gaan staan, zeg maar. Ik mag van mezelf naar de bikiniwinkel. Een grote meisjes winkel met echte lingerie. Ik kijk er mijn ogen uit.

Ik denk dat ik er wel uit kom. Iets met kleurtjes. En dan zo’n grote broek, waar mijn hele buik in kan. Dat lijkt me voor de verandering wel eens wat. Nu hangt het vale lapje stof onder aan mijn buik. Dat zie ik in de spiegel, want zonder hulpmiddelen hangt mijn rimpelloze buik er voor. Nee, mijn buikgebied heeft wel wat te verbeteren voor de omgeving. Maar dan: het bovenstukje. Voor, hoe ik ze altijd noem, mijn verbeterpunten. Daar laat ik me graag bij helpen door de mevrouw die er verstand van heeft. De cup is D, die de hele boel omvat. Maar dan heb je nog een het vastzetstukje voor op het bandje de rug. Het bandje is 80, maar uit ervaring weet ik dat ik wel 85 moet hebben. En even voor de lezers die hier jota verstand van hebben, dat is een lengtemaat. We hebben het nog steeds over de bustepartij. De mevrouw overtuigt me dat ik toch echt wel 80 moet hebben. Want, als de stof nat is, rekt het nog uit en zou het geen gezicht zijn.

Afijn, ik tik €95 af. Zo’n dure bekiekmie heb ik nooit eerder gehad. Als ik naar mijn fiets loop, twijfel ik al. Gelukkig komt dochterlief thuis. Zij is altijd vrij zouteloos in haar complimenten. Dus haar moet ik hebben. Tja, zij kan haar vingers wel tussen het bandje en mijn rug wurmen. Maar dan zie ik over het bandje aan beide zijden ergens ten hoogte van de oksels een vetkwab blubberen. Dan weet ik zeker dat ik 85 moet hebben. Gistermiddag ga ik meteen op pad dit te bovenstukje ruilen. Maar bij 85 hoort een heel ander bovenstukje. Daar hoort zo’n harde busteschelp bij, die de borsten wel omvat, maar ook inkijk biedt. Ik zeg dat ik deze vind lubberen. Ik weet niet of dit woord wel in de Nederlandsche taal is opgenomen, maar dezelfde mevrouw die me de vorige keer ook al hielp, kijkt me niet begrijpend aan. Ze slaakt een zucht. Afijn, ik besluit ons uit dit lijden te verlossen en krijg mijn geld terug. Dan kijk ik bij nog een aantal zaken voor de wat rijpere meisjes. En ja hoor, in een klein winkeltje aan de Oudestraat in Assen, waar ik overigens blijmoedig doorheen loop vanwege de vele winkels in de voorheen leegstaande panden, word ik fijn geholpen. Die mevrouw ziet zo wel dat ik 85 nodig ben. Mooi gekleurd spul heeft ze. Als ze er een mooie buikomvattende broek voor me bijzoekt, zie ik de prijzen. Viel ik nog van mijn graat door die vijfennegentig euries, dit setje kost tegen de honderdzestig. Ik slik mijn droge keel moeizaam weg en mompel dat ik nog niet aan deze prijzen gewend ben. ‘Ja mevrouw, maar dan heeft u ook wat hoor. U trekt het ‘s morgens aan en heeft er de hele dag geen omkijken weer naar.’ Tja, ook mooi.

Maar ik heb dat gevoel ook wel bij mijn huidige bikini. De lijnen zijn dan wellicht niet op z’n mooist, ik heb er verder geen omkijken weer naar. En als ik ‘s avonds de boel uittrek voor het douchen, zie ik mezelf in de passpiegel in vol ornaat. De buik strak naar voren. De taillepartij die in vroeger jaren naar binnen golfde is na de zwangerschappen nooit meer in oude vorm teruggetrokken. Sterker nog, ze steken onbeschaamd buiten de heuppartij. Afijn, buiten de bikinilijnen is wel al een licht kleurtje verschenen. Inmiddels ben ik met mezelf in conclaaf of ik wel wil wennen aan zulke astronomische bedragen voor die paar lapjes stof. Ik verlang zo terug naar de jaren 80, als we massaal topless liggen. Geen vuiltje aan de lucht…

Het schijnt IJsheiligen te zijn

Na de tweede zondag van mei zijn de nachtvorsten voorbij, zo luidt de volkswijsheid. Daar kun je donder op zeggen. En dat is precies wat de lucht boven Assen vanmorgen doet. Na wat gerommel in de lucht komt er een dikke hagelbui uit de lucht vallen. Oké, het is dan geen nachtvorst, de datum geeft ook groen licht om planten in potten voor op je terras te kopen. Ik kijk nog eens even in de tuin of er al wat lelietjes van dalen klaar zijn om geplukt te worden. Ze zijn laat dit jaar. Met kouwe fikken pluk ik wat van deze lieflijke klokbloempjes. Een klomp hagelsteentjes gedrapeerd in de schoot van gebundeld blad. Het mos nie magge, maar toch… Ongekende schoonheid.

Het verschijnsel brengt me bij een interview met een oude dame, al weer heel wat jaren geleden. Zij voer in de late jaren vijftig met haar familie en veel landgenoten op een groot schip van Indonesië naar Nederland. Ergens onderweg werden ze geconfronteerd met hun eerste hagelbui. Uitzinnig van vreugde dat er parels uit de hemel vielen. Koffers werden aangesleept om zoveel mogelijk van deze rijkdom te verzamelen. Wat kwamen ze de volgende ochtend bedrogen uit, toen ze als een soort van knijpen in hun arm om te zien of het wel echt was, hun koffers openden. Alles nat! Hadden ze de parels als een teken uit de hemel geduid dat alles goed kwam en God met hen was, de desillusie stond hand in hand met verraad. En ze hadden Nederland nog niet eens gezien. De berichten vandaag de dag laten nog immer het verraad zien van belofte. Berichten waar ik soms van moet zuchten, of ze daar nou nóg steeds mee bezig zijn. Wat een gezeik. Ik ben zeker geen heilige. Maar met een beetje inspanning zie ik ook wel dat ik geen recht van spreken heb. Belofte en vertrouwen is een zaak van heilige huisjes.

Tere steeltjes die kleurrijke bloemblaadjes horen te dragen zijn geknakt. Bloemhartjes happen in de aarde, blaadjes drijven op de plassen. We oreren over de opwarming van de aarde. De thermostaat net een graadje hoger gezet. IJsheiligen 2021 heeft de schijn tegen.

Borreltijd

Net uit bed zie ik het Kerkblad op de mat liggen. Eerst even doorbladeren en zoals altijd Vredenoord even doorneuzen. Vredenoord is de naam, die uit de uithuwelijking van de kerkgemeenten uit de Opstandingskerk in Assen Noord en uit de Adventskerk van Vredeveld ontstaan is. Net als in de zorg gaat het in de kerk ook vaak over geld. Omdat geld nou eenmaal een item is als het nijpend wordt. In de zorg, zo weet ik na bijna veertig jaar ervaring, wordt beleid vaak mooi weergegeven, win-win, maar altijd speelt daar in den beginne: wat hebben we in de knip. Afijn, doorbladerend lees ik achterin: Taalmaatje gezocht. Voor een menneke van 8 jaar in het AZC voor een bepaalde tijd. Ik vergeet te ademen terwijl mijn hart bijna uit mijn borstkas bonkt.

Nu wil het toeval-toeval bestaat niet, behalve dan bij epilepsie- dat ik er gisteren een aangenaam en lang onderhoud over had met een voorbijganger in het winkelcentrum. Wat je zou gaan doen als je zou stoppen met werken. Nu ben ik nog maar 57 jaar en dus veel te jong om te stoppen. Maar dat het me het summum van geluk lijkt om met de camper te vertrekken en dat je nog nog geen idee hebt wanneer je terug naar huis komt. Dát. Die vrijheid. En dat ik graag iets met taal zou doen. In de bieb, toen het nog kon zeg maar, worden ook mensen gevraagd die met nieuwe Nederlanders optrekken om hen door de taal te begeleiden. Lijkt me zo gaaf, maar het is met goed fatsoen niet te combineren met mijn werk. En voor er misverstanden over bestaan, ik heb heerlijk werk in de psychiatrie. Omgang met mensen en werkend in een jong inspirerend team geeft me elke dag zin in mijn werk. Maar een beetje rondkeutelen in mijn vrije tijd verdraag ik ook bijzonder goed. De voorbijganger, een goede bekende, beaamt dat je wel wat te doen moet hebben als we straks, over nog een best lange tijd en we zullen zien dat het zomaar zover is. We likken ons om de lippen, en onze ogen worden omzoomd door gniffelrimpeltjes. Anders kakken we in. Maar eerst doorrrr. Als ik naar huis loop, borrel t het verder dat ik dan ook graag iets van vrijwilligerswerk bij de buren Vanboeijen zou willen doen. Nou ja, later dus, als de financiën het toestaan.

Ik heb het oproepje al wel vijftien keer gelezen. Iets voor twee maanden. Tuurlijk moet ik er even over nadenken. En misschien even overleggen? Maar ik merk dat mijn hoofd helemaal niet meedoet. Mijn ik borrelt door mijn borstkas. In mijn yogatijd zou het mijn zonnevlecht zijn. Ik lees het nog een keer en heb allang besloten dat ik ga reageren. Voordat mijn andere ik zich ermee gaat bemoeien. Misschien is het wel niks voor mij, er reageren vast nog twintig anderen, zou ik dit wel kunnen, nee vast niet, ik bak er vast niks van. Ik hoop toch niet dat de keuze op mij valt, zul je zien, val ik de eerste dag al door de mand. Stop!! Eerst genieten van mijn gevoel. Borreltijd!

Om ‘t zicht

Ooit hebben we een ervaren iemand over de vloer, die een blik werpt op ons binnenterieur. Nu ben ik niet op veel vlakken meer in m’n element dan hoe we onze leefomgeving vorm hebben gegeven. Maar iemand van Flier, dé specialist van Emmen en omstreken over de binnenbeleving. wil geheel gratuit langskomen. Meekijken kan geen kwaad. Tja, als we nu eens beginnen de kozijnen wit te verven. We zullen het zien, dat is veel rustiger aan de ogen. Niet alleen de raamkozijnen, maar ook het kozijn om de schuifdeuren en de deuren zelf. Dat zeegroene, lavendelpaars en de in zilver gevatte panelen. Stel je voor, dat alles wit. Als ik dit met een vriendin bespreek, zij is zelf heel crea in haar huis met minder kleur, laat ze me weten dat die meneer wellicht gelijk heeft, maar dat het dan niet meer zo van ons is. Ik hou van haar. Maar ik wil haar nog wel even wijzen op iets waar wij normaliter te weinig mee bezig zijn. Op iets belangrijks, want het onderwerp wordt minimaal zeven maal aangestipt. De zichtlijnen.

Dat zou trouwens nu weer geheel anders zijn. Tot voor een drietal jaar geleden hadden we zicht op een groene oase van rust, Vredeveldseiland genoemd. Er liepen mensen met hun hond, kinderen speelden in het struikgewas en tegenstanders van de op handen zijnde bebouwing waren naarstig op zoek naar zeldzame salamanders, kikkers en andere met uitsterven bedreigde dieren. Soms was het eiland een schouwspel van twee slippende Landrovers. Het eiland is nu volgebouwd met, zo vinden wij, heel aardige huizen. Maar laten we wel wezen, het beneemt ons wel het zicht. De kant van de voordeuren, de kernvan het eiland zeg maar, bestaat uit een hart van steen. Het is de plek voor de auto’s. Maar zeg nu zelf, in deze tijden van groen beleid zou het niet moeten mogen. Als het zo uitkomt knijpen we graag een oogje dicht. Wie is we? Wat denk jezelf! De politiek natuurlijk.

Politiek, politiehiek. Ik ben er niet, ik ken ze niet. Politiek, politiehiek. Ik kijk niet en ik zeg niets. Wie zingt ‘m niet mee… de song van Bram Vermeulen. De tekst gaat al heel wat jaartjes mee, maar heeft aan inhoud niets ingeboet. Draaikonterij op hoog niveau. We hebben het allemaal kunnen aanschouwen. Natuurlijk heb ik het over Pieter Omtzigt. De pitbull die zijn tanden stukbijt op dossiers die het daglicht niet kunnen verdragen. Een lastig mannetje voor zijn gladde omgeving. Als er geruchten gaan dat deze politicus even een stapje terug moet doen, vanwege een dreigende burn out, dan valt dat onder mijn snapvermogen. Die man werkt zich het snot voor de ogen en is nog lang niet klaar met zijn werk. Er ligt nog een hele stapel in zijn nek te hijgen, die allemaal vechten om voorrang. Hij kan ern iet tegen werken. En dat juist híj op een andere functie moet gezet. Wie is er hier godverdomme nou gek! Oké, ik heb hem mijn stem niet gegeven vanwege zijn politieke kleur. Maar hij deugt. Het moet toch in de politiek gaan om de inhoud. Het hele Haagse circus gaat nu vooral om het buitenkantje om ‘t zicht.

Lijfstijl

Om te beginnen moet eigenlijk elk 50-plusje, niet te verwarren met de politiek, vitamine D3 slikken. Ook al ben je elke dag buiten, in Nederland schijnt de zon nu eenmaal niet fel genoeg om er genoeg vitamine D voor naar binnen te harken. Dit geldt ook voor ons dagelijks prakje. D3 is goed voor je botten en, zo lepel ik van internet: goed voor de alvleesklier en urineproductie. Heb ik meteen het eerste punt binnen: de ouderen die het meest zeiken zijn dus notoire vitamine D3 slikkers. Ik ken er nogal wat. Zeikers en voor hen die een te hoog zuurgehalte hebben adviseer ik middelen met Ph-neutraal ingrediënten. Ik maak mijn eigen wasmiddel en ben op dit gebied al lekker bezig. En slik ook al zo’n twee jaar vitamine D3.

Manlief laat zich voorlichten door een lifestylecoach. Hij wil er graag wat af hebben. Ik op zich ook wel, maar wil er niks voor doen en al helemaal niks om laten. Wat een makkelijke is, is dat we met de kennis van nu nooit meer in olijfolie zullen bakken, want bij hoge temperaturen is dit heel ongezond, Als de fles leeg is, gaan we over op zonnebloemolie. ‘Wat zei ze van ontbijtkoek?’ Op m’n werk zijn de diëtisten hier namelijk altijd scheutig mee. Dus ben ik overtuigd van ons plakje, of twee, met een dikke laag boter, een goeie starter is. Maar nee, ontbijtkoek zit vol plastic! Dat je het maar even weet. De goeroe, jonge meid met plat buikje, beweegt een beetje om manlief heen: tuurlijk mag hij dagelijks wel een borreltje. En ook zijn wekelijkse patatje. ‘Kijk, anders hou je het nooit vol.’ Zo jong en dan al zoveel mensenkennis. Over klodders mayo hebben ze het geloof ik niet gehad. Wel brengt ze nog een nieuw weetje in: friet speciaal voor de airfryer, wordt met extra vet bewerkt, voor het krokante korstje. Elke vrijdag airvrijen we wat af. Dat moet anders. Hij krijgt verder het advies is om twee stuks fruit eten. Dat wordt nog een dingetje. En, wat niet normaal gezond is, is havermout. Dit kon wel eens een nieuw evangelie worden bij ons in huize Hadderingh. Manlief heeft het gisteren wel vijf maal genoemd. Natuurlijk hoop ik dat hij afvalt om zijn in de nek hijgende diabetes type-2 af te schudden. Goed voor zijn lijfstijl. En die van mij.

Zestien jaar geleden viel hij enorm af na twee zware operaties. Was meneer nipt onder de honderd kilo gezakt en meteen begon hij over mijn te dikke pens. Ik wist niet hoe gauw ik hem weer met speklapjesdieet moest vetmesten. Hier had ik geen belang bij. En zeker hebben zijn onlangs geopereerde lies en omstreken ons laten bomen over pensioen. Hier hebben we het nog nooit over gehad. Het is immers nog lang niet zo ver. Maar door het niet goed genezen na de eerste operatie, en hij nogmaals onder het mes moet, worden we weer met de neus op de feiten geclicheed dat alles draait om gezondheid. Manlief wil zo gezond mogelijk de eindstreep halen. Hij moet zeker op stressdieet. En ik werk me het schompes en mijn beweging doe ik in de baas z’n tijd. Ik, die altijd roep: neem mij mijn werk niet af- al zal het alleen maar een identiteitsdingetje zijn- en mijn lol in mijn werk met patiënten en collega’s, ga op lange termijn maar toch eerder dan 67, stoppen. Eerst maar eens zien te halen.

Ik heb mezelf altijd beloofd nooit naar de sportschool te hoeven. Maar twee weken geleden zit ik er zomaar te wachten op de fysiotherapeut. Ik ben medio februari namelijk gevallen met schaatsen. Hier ben ik niet beter van geworden. Dus moet ik worden opgelapt onder het dak van de sportschool hier om de hoek. Tijdens het wachten valt het me op dat het een gaan en komen is van mensen in allerlei leeftijdscategorieën. Ik laat me vertellen dat het buiten Corona veel drukker is, want nu zijn er alleen maar mensen die vanwege hun klachten daar bezig zijn. Normaliter heb je grote groepen die het doen voor de lol. Of vanwege het het verlagen van hun gewicht of het uitbreiden spiermassa’s. De peut masseert mijn aangedane arm en schouder, terwijl ik me moet ontspannen.

Nou denk ik goed in loslaten te zijn, maar die spier schiet steeds weer in de kramp. Of ik ooit weer op schaatsen kom? Ik hoop van harte van wel. Mijn vaste schaatsdate is al 70 en bij hem vergeleken ben ik nog een jonge blom. Met de armen op de rug en de wind er in zwieren we genoeglijk over het ijs. Als ik dichtbij mezelf blijf, nog zo’n nieuw evangelie, bestaan mijn grote liefhebberijen uit schrijven, lezen en taal. Onlangs heb ik gemerkt dat ik ook heel graag zit. Het liefst een beetje onderuitgezakt. Ik lifestyle, dat deze ontspannen houding getuigt van een ontvankelijkheid waar je u tegen zegt. Ik opper een nieuwe beweging. Kom erbij!