Steenworp 2

19 september 2018. Een steenworp in de tijd. Vandaag precies een jaar geleden kwam deze dag zo vreselijk ten einde. Een jaar, wat is nou een jaar. Een tik om de oren. Maar net zo goed een jaar waarin stormen hebben gewoed. Stormen in het hart van nabestaanden. Van de ouders, van naasten die hun geliefde zoon aan de dood verloren. Dan is stormen wellicht nog te zacht uitgedrukt. Een zware storm in het leven van de bestuurder en zijn inner circle. Stormen in de levens van de jongens die het er levend hebben afgebracht. Waar de naweeën dagelijks vragen om gelikt te worden. Waar dromen gruwelijk werden afgebroken. Rouw om wat je dagelijks meemaakt om wat je niet meer kunt. Nooit meer het favoriete voetballen mogen oppikken vanwege je kwetsbare brein. Waar concentratie achter blijft bij  lichamelijk herstel. Vandaag een jaar geleden, waar blijft de tijd.

Anderhalf week geleden, als we horen dat er voetbaljongens zijn omgekomen in Stadskanaal, is het weer 19 september. Hoe vaak is het 19 september geweest en wordt het weer 19 september. De groep vrienden eten vanavond bij de ouders van hun vriend, waar vorig jaar nog zo om zijn leven werd gevreesd. Waarin de zorgeloosheid bij de groep voorgoed om het leven kwam. Ze zoeken verbondenheid. Ze gaan langs de graven. Als ik vraag of ze bloemen neerleggen, zegt zoonlief dat het niet bij hen past. Ze zouden nooit bloemen voor hun verjaardag meenemen. Flesje bier dan, zo opper ik. Is dat niet raar? Als het goed voelt, is niks raar, zo dunkt me.

Als ik bij de boom kom, zie ik al een bosje bloemen liggen. Ik blijf een poosje staan. Mijmerend. Dat het zo’n verrekte end is van de punaise op het kruispunt Lonerstraat/ Houtlaan/ Amelterhout naar de boom. Hoe een doordeweekse voetbalavond zo verschrikkelijk eindigde met zulke grote gevolgen. Het zit zo dicht onder het vel. En waar de één over het ongeluk praat om te verwerken is een ander in stilte  met zijn gedachten. En weer een ander wil liever niet stilstaan, want het is gebeurd. Ze zijn die avond tien jaar ouder geworden en het leven wil verder. Moet verder.

De tijd lijdt dikwijls aan het zijn. Omdat het leven geleefd moet worden. Geleefd wíl worden. Niet te doen gewoonweg. Een jaar, wat is een jaar. Als de zon niet door wil breken is een jaar 365 dagen ploeteren. Ondraaglijk als er elke dag een steen op je ziel drukt…

Advertisements

Grijsgallig

In verheugd toestandsbeeld spoed ik me met gezwinde trap naar van der Velde. Griet op de Beeck haar nieuwste: Let op mijn woorden is uit. Vanaf 16 september in de boekhandel, lees ik digitaal. Gelukkig staat er nog geen rij om 13.03 uur. Ik ben inderdaad aan de late kant. Eigenlijk wilde ik gisteravond al voor de boekenwinkel gaan liggen, maar omdat de zaak ‘s maandags pas om 13:00 uur open is, vind ik dat dan best een beetje jammer van mijn vrije ochtend. Vanmorgen zie ik al op bol.com dat je ‘m kunt bestellen en voor 23.00 besteld, morgen in huis. Maar ik ben me daar een beetje gek om die move te maken en mijn eigenste Assens boekverkooppunt om zeep te helpen. Ik wil gewoon unplugged met dat boek in mijn oksels geklemd zeggen dat het een kadootje is. Tegenwoordig mag je er zelfs je pakpapier uitkiezen.

Ik vraag tussen twee diepe ademhalingen vanwege het harde fietsen waar Griet op de Beeck ligt. Mijn stem klinkt hoger dan normaal en ik hoor dat ik snel praat. Ademhaling standje keel. De verkoopster blijft geheel zen. Ze knippert vier maal met haar ogen, hoor mijn moeder zaliger ondertussen vanaf mijn schouder fluisteren: Vraauw de Vries knibbert met ogen, en zegt rustig: Nee, hij komt woensdag pas in de winkel. Woensdag? Kanniewaarzijn! Mijn zuurgraad verdringt in no time mijn verheuging. Ik hakkel nog: Hoe kan dat nou, als ik ‘m op bol.com bestel, heb ik Griet morgen op de deurmat. In de vrede zeg, het moet me niet gekker worden. Ze zegt nog iets over bestellen, maar ik prop mijn lege tas onder de snelbinders. Toestandsbeeld van een 56-jarig meisje is van heel zoet in bitter zwartgallig veranderd. Ik mag dan een langzaam brein hebben, mijn emoties stuiteren puberaal.

Op de fiets terug naar huis, denk ik: Westra, waar gaat het nou helemaal over in het leven. Een teleurstelling over een boek waar je twee dagen op moet wachten. Bovendien heb je Janneke de Bijl haar: Pogingen tot zomer nog niet eens uit. Ik poog tot zomer tot woensdag. Grote meid zijn. Kun je best… Janneke leest als een tiet. Ik had nooit van haar gehoord, maar haar boek werd besproken in de vrijdageditie van het Dagblad v/h Noorden. Als ik het lees, hoor ik Paulien Cornelisse. Waarmee ik maar wil zeggen: zo goed is Janneke. Ze is cabaretière en beklimt theaterpodia met: Zonder zin kan het ook. Op de achterflap staat: Grijsgallige observaties. En dat is precies zoals ik me nu voel: grijsgallig. En van vijftig tinten links van het midden.

Op hospice

De studies zijn weer in alle hevigheid begonnen. Een lekker lome vakantie ligt achter de jeugd. Met een vliegtuig naar een buitenlandse stad. Met ouders mee, met hun lief of met een stel vrienden en vriendinnen. Een middagje naar een zwembad of -plas in de buurt. Een biertje op het terras. Zorgeloos, zou je haast denken. Totdat de nieuwe studieboeken weer aangeschaft zijn. Na het voortgezet hoeft de boel niet meer gekaft. Dat scheelt. Maar er dient zich een nieuw probleem aan als je onderdak zoekt in de plaats waar je studeert. Moet je met zeven anderen hospiteren. Dat is een soort van solliciteren, maar dan naar een plek in een studentenhuis. Als je dan een aantal malen wordt afgewezen, is dat voedingsbodem voor onzekerheid in het kwadraat. Zo zorgeloos is het leven van een hedendaagse student ook weer niet. Een baan naast je studie en nog een lening. Ik ben een groot voorstander van de studiefinanciering, die in de lucht hangt.

Of als je afgestudeerd bent. Solliciteren naar een baan. Gesprekken, spanning en dan opeens een baan. Dochterlief heeft een heuse grotemensenbaan. In Rotterdam. Maar geen onderdak in de verre omgeving te krijgen. Een uur reizen vindt ze acceptabel. Eerst zit ze in de camper op een camping. Ze kan haar kont er amper keren. Bovendien houdt ze niet van het campingleven. Met fiets, trein en metro verplaatst ze zich. Nu kan het nog, maar als de herfst zijn intrede doet, wil ze dit, terecht,  niet meer. Haar baas is meer dan tevreden over haar. Ze laat hem echter weten dat, als ze geen passend onderdak kan vinden in het volle westen, ze stopt met de baan.  Toevallig vindt ze het werk echt hartstikke leuk.

Via een collega hoort ze dat er een kamer beschikbaar is. In een huis bewoond door werkenden. En zij hoeft niet op hospice. Op hospice? ‘Kind, je gaat toch niet naar een sterfhuis?’ Waarop dochterlief me op háár beurt weer schaapachtig aankijkt. Sterfhuis? Nou ja, het is dus maar net in welk stadium van je leven je je bevindt. Op hospice gaan is anno nu een vervorming van hospiteren. Op Google heb ik dit voor mij nieuwe begrip nog niet eens kunnen vinden. Op hospies ook niet. Dus ik weet niet zeker hoe je het schrijft. Nou ja, ben je weer ff bij. Enne, dochter heeft vanaf 1 oktober onderdak. Zo doodgewoon is dat niet in een springlevend huis in Rotterdam Noord.

Uit het vuur

‘Godverdomme. Dikke aso!’ Begeleid door zijn dikke korte worstemiddelvinger roept de man de jeugd tot de orde. Ik zie de manop z’n rug, gemillimeterd grijs boven de zwarte jack bij ons in winkelcentrum Vredeveld. Een aantal jongeren fietst naar Terra, de school op de hoek. Dit gebeurt dagelijks tijdens hun pauze, als de magen knorren om Red Bull en chips. Omdat er nergens blauw in de buurt op straat te zien is, haalt de man de kastanjes voor hen uit het vuur. Tja, het is heel Assen Oost. Het hart op de goede plek, maar ‘t komt wel beroerd uit de bek, zeg maar. What you see is what you get. Onze wijk die jaren geleden de spits afbeet bij een televisieserie: Achterstandswijken. We wonen er bijzonder graag.

Net nog een heel blij moment in hartje Oost, naast de apotheek. Daar staat al uit de tijd dat kastanjede Vredeveldseweg nog een zandpad was, een dikke kastanje.  Heel zeker weet ik dit overigens niet, maar ik vind het wel mooi om te geloven. Afijn, ik stap opgetogen de apotheek uit, vanwege het feit dat plasticexperiment gestopt is en het aloude helastiekje de medicatiedoosjes weer bij elkaar bindt. Als ik de fiets beklim om nog wat boodschappen te halen voor  de bewuste middelvinger, glimt-ie me tegemoet. Nog niet geheel in balans, stap ik van de fiets om ‘m op te rapen. Hij is prachtig en ligt als een cadeautje in het gras. Het is misschien wel wat kinderachtig, maar ik voel me als een kind zo blij als ik ‘m in de broekzak heb. Elk jaar is dit een terugkerend tafereel. En elke keer verbaas ik me er over hoe snel deze vrucht zijn glans verliest als ik ‘m binnen op de vensterbank neerleg. Misschien moet-ie in de boenwas, ik heb geen idee. Want als deze vrucht dof is geworden en me niks meer doet, gooi ik ‘m met droge ogen in het vlammend betoog van onze tuinkachel.

 

Goede doelen

‘Dag, U spreekt met Jeroen van het Rode Kruis. Spreek ik met mevrouw Westra? Ja? En komt het gelegen dat ik u even bel?’ Ach, je kent het wel. Eerst een veer in de bips vanwege het jarenlange doneren en daarna de vraag of het, heel misschien, echt alle kleine beetjes helpen, uitkomt of er nog íetsjes meer uit de huishoudpot gepeuzeld mag worden voor zielige kindertjes, mensen in oorlogsgebieden, verdrietige ezels en daar waar honger op de loer ligt. Voor Jeroen of één van zijn vriendelijke concollega’s  het hele betoog houdt, reageer ik al dat ik niet van plan ben meer geld te doneren. Dat scheelt minimaal de helft van je tijd. Wil hij nog wel graag de veer plaatsen. En me wijzen op het bel-me-niet-register, blabla bla en dan nog iets van verzet.

Het moet maar eens gebeuren dan. Dus ik blijf hangen. Een heel menu volgt en zal drie minuten in beslag nemen. Laat ik mijn tijd er maar eens aan wagen. Ik druk op cijfers en sluit af met het gebruikelijke hekje. De robotmevrouw vat het nog één maal kort samen: Voor onbepaalde tijd word ik nooit meer gebeld met ongevraagde boodschappen voor producties en goede doelen. Lekker rustig, ik hou er van. Behalve dan, zo sluit ze af, voor de doelen waar ik donateur van ben. Nou, dat schiet lekker op. Door hen word ik nou juist gebeld! Ik zucht nog eens diep.

Het zal zo’n drie jaar geleden zijn dat ik werd gebeld door een vriendelijke mevrouw van Kerk in Actie. Ze deden heel goed werk voor de Christenen in een op dat moment in een oorlogsgebied, zo moest ik weten. Haar stem schoot soms omhoog van het enthousiasme. Laat het duidelijk zijn, ik heb altijd diep respect voor mensen die de werkzaamheden op plaats van bestemming uitvoeren. Ik vroeg of ze dit alleen deden voor Christenen of ook voor de Moslims in dat gebied. Hierna volgde een discussie, want het was enkel voor de Christenen. Ik zei zo vroom mogelijk dat het me een Christelijker gedachte leek er juist voor iedereen te zijn. Nou ja, lang verhaal kort, hier kwamen we samen niet uit. De sympathie voor elkaar was aan beide lijnen gedaald. Met inmiddels lage stem kon ze er nog net ’Een fijne dag verder’ uitpersen. Alles voor het goede doel.

 

In de nesten (2)

Hoe paradoxaal: laten we het wespennest als ingenieus kunstgraf levenloos achter en ik ga met een nog ongebruikt mierenlokdoosje naar het milieupark van Assen. Heb ik opeens het licht gezien hoe belangrijk elk dier op zich is van Gods schepping? Ben ik plots in een goed Mensch veranderd vele lichtjaren na de Evolutionaire oerknal? Laat hier geen misverstand over bestaan. Het antwoord is driewerf: Neen. Een gevalletje eigenbelang, meer is het niet.

Alle bewoners van Assen-Oost krijgen in juli een kleurig bedrukt papiertje in de bus, met daarop de oproep bestrijdingsmiddelen in te leveren. En, nu komt het, dan krijg je een bonnetje. Voor dit bonnetje kun je gratis een vlinderstruik bij Tuinland van €6,99 ophalen. Oh, ik ben zo dol op gratis.  Hoe dan ook, ik ben in m’n nopjes met mijn driesprieterig struikje. Hier had geen mens dat bedrag voor neergeteld.  Maar eerlijk, ik ga natuurlijk weer op de laatste dag van de actie. Belangrijke info die ik hoor op de strakke paden tussen de geurende zomerbloeiers: met deze regen komen de slakken uit alle hoeken en gaten. Ik aarzel niet en koop een pakje slakkenkorrels. In- en inslecht, dat zeg ik.

De rit: huis-milieupark-Tuinland-de Turk- huis doe ik met de auto. Achterbank naar voren geklapt om de vieze bankkussens, met liters opgedroogde poezenplas te vervoeren. Nu klinkt poezenplas nog wel enigszins acceptabel. Maar het goed Grunneger woord: kaddemieg ruikt zoals je het uitspreekt. Weg met die gore kussens.

Op de terugweg brandt er een tekst in het dashboard die er twee dagen eerder ook al stond te flikkeren. Dat moet ik even aan manlief vertellen. Het komt niet op een dag. Denk ik dan nog. ‘In de middag meldt het Journaal dat de tekst: davbandenspanning onvoldoende  een man duur komt te staan. Wij hebben er ook wel eens met deze tekst gereden voor we er een zucht lucht in bliezen. Maar dat je er meteen een soort van crimineel door kunt worden hebben we nooit in de gaten gehad. En nu dus deze tekst. Wat op zich opmerkelijk is is, dat 30 niet wordt bijgesteld naar 28.  Hoe dan ook, ik maak meteen een afspraak met de garage. Voor je het weet heb je jezelf in de nesten gewerkt.

In de nesten (1)

Nee. Hij kan niet meteen komen. Stervensdruk heeft hij het met al dat ongedierte. Ondertussen vliegen wespen af en aan naar hun nest, boven de achterdeur. Eigenlijk

wesp
dit gevleugelte werkt zich in de nesten

hebben we er nog niet veel last van. Dat stadium willen we graag voor zijn. Of ze er lucht van hebben gekregen dat-ie komt, de wespenfluisteraar, de wespen drinken zich alvast in voor hun laatste avontuur. Daar gaat mijn Spritz. Ik heb er een lepeltje naast liggen, want ik heb liever geen wesp door mijn keel. ik lepel ‘m liefdevol uit mijn glas. Als de wesp een paar rondjes over het tafelkleed zwalkt, neemt hij weer een duik in de Spritz. Hij kan er niet genoeg van krijgen. Net als ik overigens. Wát een lekker drankje.

Na een bakje koffie  neemt de wespenfluisteraar een kijkje in het wespennest met zijn zaklantaarn. Mooi groot. Zo heeft-ie ze graag. Hij  schuift een sproeiarm uit en spuit wit poeder uit een soort van plastic blusapparaat naar binnen. Dit is een gansche snuif coke! Mag ook wel voor dat geld. De insecten worden behoorlijk aan het lijntje gehouden.